Ik kijk naar buiten, maar de straten slapen
De nacht is zo donker als de diepe zee
Alleen het licht van de straatlantaarns verlicht kleine kringen
In de straten van de stad
Er is niets te zien buiten, geen enkel teken van leven
Ben ik nu alleen in deze wereld?
Ik wou dat ik nog buiten kon leven,
Omringd door mensen met wie ik kan praten
Maar nu kan dat niet meer
En van binnen bruist het
Ik bruis om warme lichamen die elkaar omhelzen op het strand te zien
Ik bruis om weer vol te luisteren naar bewegende monden
Ik bruis om twee mensen te zien die op een bankje zitten zonder
Een doekje die ze constant over hun mond moeten houden
En in dat gevoel, ben ik niet alleen
Maar ik zit hier aan mijn berouw en ik denk
Wanneer kan het leven weer leven?
Verhalen



